Ribbels in de Oxide laag

Bij een hoge stroomsnelheid van het milieu wordt soms de vorming van een ribbelachtige oxide laag geconstateerd in superkritische ketels, hetgeen resulteert in een lagere ketelefficiëntie. In 1968 startte Grosskraftwerk Mannheim (GKM) een gedetailleerd onderzoeksproject naar operationele ketels (Schuster, 1971; Schoch et al., 1972). Een paar jaar later voegde de Universiteit van Stuttgart zich bij GKM in een studie die ook is gepubliceerd (Pfau et al., 1978). In de Duitse studie was de stroomweerstand gestegen tot ongeveer 50% als gevolg van de ribbels in de oxidelaag. De rimpelhoogte was 1 tot 5 micron en de afstand tussen de ribbels was 30-100 micron. De ribbels verschenen als golvingen in de oxidelaag. De staaloxide grens was recht en er was geen corrosie onder de dunnere oxide laag.

KEMA is een programma gestart als aanvulling op het Duitse onderzoek en richtte zich op de effecten van staalkwaliteit en warmteflux. Een experiment werd gedaan in supercritische en een onder subkritische omstandigheden. Vanwege de ervaring die is opgedaan met de Duitse studies, werden in het KEMA-project verschillende staalsoorten en pijptypes gebruikt.

Zie paper nr 28.

rippling erosie 0606140004
Voorbeeld van een ribbel patroon in de oxidelaag. Scanning Electronen Microscoop foto

See paper nr 28.

Erosion corrosion Rippling
5098
5111
5100
5101
5102
5103
5109
5110
5095
5096
5097