Oloïden

 

Wat is een oloïde.

De oloïde is een vorm die ontstaat wanneer je twee cirkels in een hoek van 90 graden op elkaar bevestigt, op zo’n manier dat de velg van de ene cirkel door het middelpunt van de andere cirkel gaat. De punten op de velg van  de eerste cirkel worden verbonden met die op de tweede cirkel met rechte lijnen. Tussen beide cirkels ontstaat er een plat vlak waarop de oloïde kan rollen.

 De oloïde moet bij het maken volgens de lijnen worden geschuurd.

De uitvinder van de oloïde.

De Oloïde is een fascinerend vorm. Het is een geometrisch lichaam (zoals bv de kubus en de tetraëder) dat werd uitgevonden door de Zwitser Paul Schatz. Hij studeerde wiskunde, werktuigbouwkunde en astronomie. In 1922 brak hij zijn studie af en begon met houtsnijden op de  Holzschnitzschule Warmbrunn im Riesengebirge.  In 1924 startte hij als zelfstandige beeldhouwer en begon zijn interesse voor de antroposofie. Tot aan zijn dood in 1979 werkte hij als kunstenaar en uitvinder. Met zijn wiskundige interesse en hoog technisch inzicht moet het een kleine stap zijn geweest om bijzondere technische vormen te ontwikkelen.

Extra’s

Er zijn mensen die de oloïde kracht toeschrijven op basis van de antroposofische gedachte. Voor mij is het maken van de oloïde een mooie manier om de verschillende houtsoorten te tonen en het “beeldje” te laten rollen. Voor mij moet na al het schuurwerk eraan het beeldje er mooi uitzien, lekker in de hand voelen en natuurlijk ook kunnen rollen.

De oloïden, die ik gemaakt heb.

De oloïden maak ik in verschillende maten. Standaard zijn ze 7 cm lang. Die zijn ook het minst moeilijk om te schuren. De kleinere zijn moeilijk te hanteren en vliegen nogal eens in het rond omdat ze bij het schuren uit de hand floepen.

Van de volgende houtsoorten zijn de oloïden beschikbaar:

Eik (Quercus robur quercus petraea).

Veel spinthout dat kwetsbaar is en gevoelig voor insectenvraat. Ringporeus hout. Duidelijke jaarringen. Een duurzame houtsoort die goed buiten te gebruiken is. Bevat veel tannine (looizuur) dat reageert met ijzer. Kleurt dan blauw. Bevat mergstralen (in planken ook wel spiegel genoemd). Goed te zien bij radiaal gezaagd hout. Ongeschikt voor keukengerei door de grote poriën en het hoog tannine gehalte. Zie houtgesneden bord Vanhouttotbrons.

Robinia (Pseudo acacia).

Diepgegroefde en gedraaide schors. Open en lichte kroon. Geveerd blad. Harde houtsoort met weinig geel spinthout. Duidelijke jaarringen. Bevat looizuur. Goed splijtbaar. Uitstekend voor buiten. Zie gesneden kikker.

Kersenhout (Prunus serotina Ehrh.)

Kersen is geelbruin van kleur, goed te bewerken en af te werken. Het hout wordt vooral gebruikt in meubelen en decoratieve toepassingen, ook in kleine producten. Zie aapje en doedelzakspeler.

Amerikaans kersenhout

Amerikaans kersenhout (Prunus serotina Ehrh.) behoort tot de familie van de Rosaceae en komt uit het Zuid-Oosten van Canada en het Oosten van de Verenigde Staten. Het kernhout is matig tot weinig duurzaam.  Het spinthout is niet duurzaam. Het kern- én spinthout zijn gevoelig voor aantasting door Anobium, het spinthout ook voor aantasting door Lyctus. Amerikaans kersenhout is gemakkelijk bewerkbaar. Drogen gaat eerder traag, met de kans op vervormingen en collaps. De afwerking van kersenhout is goed.

Taxus (Texata bacatta).

Lage naaldboom met rode bessen. Naalden  het hout en de bessen zijn dodelijk giftig. Het hout is taai  sterk  duurzaam en elastisch. Spinthout licht en kern rood-bruin. Mooi hout om te draaien en voor houtsnijwerk en oloides. Zie houtgesneden grote aap en uil.

 

Padoek.

Het kernhout van Afrikaans padoek is fraai fel oranjeachtig rood, ook wel koraalrood genoemd, vandaar ook wel de naam corail. Bij blootstelling aan het licht verkleurt deze tint snel tot vaal roodbruin en op de lange duur tot zwartbruin. Wanneer het hout tijdig wordt afgelakt met een zuurhardende blanke lak, blijft de fraaie kleur langer behouden. Het 100-200 mm brede spint is vuilwit tot crèmekleurig. Afrikaans padoek is een uitstekende  duurzame  fraaie en stabiele houtsoort.

Iep (Ulmus) (ook bekend als olm)

De iep behoort tot een geslacht van loofbomen. De bladeren zijn veernervig en hebben een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand. Ze lijken soms op de bladeren van de haagbeuk (Carpinus betulus). Iepenbladeren hebben echter in tegenstelling tot die van de haagbeuk een ongelijke bladvoet. De bloemen bloeien eerder dan dat de bladeren verschijnen. Het bloemdek is klein, groen en aan de slippen zijn ze onderling vergroeid. Zie de krokodil in 2006

De walnoot of okkernoot (Juglans regia)

De walnoot is een plant uit de okkernootfamilie (Juglandaceae). Om een onderscheid te maken met het geslacht Juglans, dat eveneens walnoot heet, wordt de soort ook voluit gewone walnoot of Perzische walnoot genoemd. Andere soorten die onder het geslacht Juglans vallen zijn bijvoorbeeld de witte walnoot en de zwarte walnoot. Zie de sumo’s, de twee olifanten,  de Bergmarmot, olifantjes.

Vuren

Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Het wordt ook wel vurenhout genoemd.
Na langdurige blootstelling aan licht wordt het geelbruin. Om verkleuring tegen te gaan dient de houtsoort snel afgewerkt te worden. Vuren is een relatief makkelijk te impregneren, te verven, te beitsen en af te lakken houtsoort. Dit kan uiteraard de duurzaamheid aanmerkelijk vergroten.

Moerbei (Morus)

 De moerbei behoort tot geslacht van tien tot zestien soorten bladverliezende bomen uit de moerbei familie (Moraceae). De planten komen van nature voor in de warm-gematigde streken en subtropische regio’s van Azië, Afrika en Noord-Amerika. De meeste soorten komen van nature voor in Azië.Het nauw verwante geslacht Broussonetia staat ook wel bekend als moerbei, met name de papiermoerbei (Broussonetia papyrifera).Zie de met Osmo olie gekleurde bison, de krokodil.

Mahonie

Mahonie is een bekende houtsoort, en als gevolg daarvan, in het algemeen spraakgebruik, ook wel een kleur.  Het is mooi stabiel hout, waarmee meubels te maken zijn die niet in een andere houtsoort te maken zijn (de favoriete houtsoort van Chippendale en zijn navolgers). Ook wordt het veel gebruikt in de botenbouw. Tevens is het in gebruik voor bepaalde muziekinstrumenten, met name voor de klankkast van gitaren.

Linden

Het kernhout is rozewit tot geelwit en het spinthout wit tot lichtbruin. Een kubieke meter vers hout weegt bijna 1000 kg. Gedroogd is de dichtheid 560 kg/m³.[1] Het hout is vrij zacht, heeft een fijne nerf en is gelijkmatig opgebouwd. Tevens splintert het amper tot niet.
Lindehout is een houtsoort die zich zeer goed leent voor houtsnijwerk, draaiwerk en beeldhouwwerk.

Esdoorn

De vrucht van de esdoorn, een gevleugeld nootje, of samara, is voorzien van een grote vleugel. Er zitten twee vruchten aan één steeltje; de vleugels staan tegenover elkaar en geven zo een goede verspreiding door de wind.  De dubbele vrucht wordt soms ‘helikoptertje’ genoemd.
Bijna alle soorten hebben in het voorjaar door de hoge worteldruk een sterke sapstroom, waardoor in deze tijd van het jaar wonden sterk kunnen bloeden. De meeste soorten hebben door de dunne bast gauw last van verbranding als de zon op de stam schijnt.